Vanmorgen was het weer zo ver. Grote, irritante sneeuwvlokken … ik zeg expres irritant, want het gaat nu toch echt vervelen. Dan wel, dan niet … ik ben best wel een liefhebber van de winter … maar nu wordt het gewoonweg vervelend.
Nu, nog geen twee uur later, kijk ik naar een bijna heldere lucht, een volle zon en zie ik alle troep, die vanochtend de nodige uitglijders veroorzaakte, weer verdwijnen (als sneeuw voor de zon
)
Een paar dagen geleden een auto gehuurd, en vanmorgen had ik meteen weer door, waarom ik zo blij ben met mijn fiets. Wat kunnen mensen ongelooflijk achterlijk reageren, als er ineens sneeuwvlokken naar beneden dwarrelen.
Goed, dochters waren al lang blij. Allebei netjes naar school gebracht, dus die zijn veilig aangekomen. Maar bij de school van de oudste had ik meteen door, hoe het mogelijk was, dat daar zo vaak “bijna” ongelukken met fietsers ontstaan.
Ze letten werkelijk nergens op. Terwijl je staat te wachten op fietsers, die je netjes voor moet laten gaan, duiken er hele horden vanaf het fietspad aan de overkant vlak langs de auto het straatje naar de school in. Niemand kijkt, rijdt gewoon door … Als automobilist heb je dus ogen aan zes kanten nodig, wil je niet “per ongeluk” zo’n onbesuisde ezel scheppen.
Want anders kan ik deze onbesuisde scholieren niet noemen, gewoon ezels. Hoewel ik zelf veel fiets, en best wel eens ergens snel tussen door duik, is dit gewoon onverantwoord rijgedrag.
Eén steekt over en de rest van de horde, duikt er als een lange sliert achter aan. Wie toevallig van de tegenover gestelde richting komt, moet gewoon remmen … wat geen succes is als sneeuw de wegen besmeurt. Zelfs fietsers, die aan je eigen kant rechtdoor willen (en dus voorrang horen te krijgen), moeten in de rem … de niets ontziende horde duwt zich als het ware het straatje in.
Vreemd genoeg valt mij dit alleen op, als ik zelf weer eens in een auto zit, of zelf rijdt. Hoewel ik al aardig wat jaartjes mijn rijbewijs heb, ben ik toch wel blij, dat wij jaren terug besloten de geldverslinder de deur uit te doen. Toch … als ik dan weer eens een paar dagen heb rondgereden (met of zonder sneeuw) … heb ik voldoende energie om de fiets weer te pakken.
Dus, vanavond gaat de auto weer terug naar de verhuurder en is het weer fietsen geblazen …
De laatste dagen niet echt aan bloggen toegekomen, het weekend stond in het teken van de nachtdiensten. Terwijl er een weeralarm werd uitgegeven, mensen geadviseerd werden vooral thuis te blijven, zat ik om 11 uur ‘s avonds op de fiets … glibberend door de ontstane blubber.
Maar we mogen niet klagen, het is de eerste dag van het seizoen en er ligt sneeuw. Terwijl ik dit zit te tikken, sneeuwt het er op los. En het beeld is gewoonweg prachtig, alles is wit. En natuurlijk heeft dit ook zijn leuke kanten … bekijk de foto’s van de sneeuwmannen in mijn voortuin.
Afgelopen nacht ging het kwik onder nul, het heeft gevroren. En hoewel de winter begint op de 21ste, de kou zet zich alvast in, 7 dagen eerder.
Het is koud, zeker als je het nog niet verwacht had. In de tuin stond nog een emmertje water, daar ligt een mooi dun laagje ijs op.
Het vooruitzicht is veelbelovend. De komende week zal de temperatuur zeker een paar graden onder nul zitten ‘s nachts, en ergens in mijn achterhoofd hoor ik al kerstliedjes met sneeuw erin. “White Christmas”, “Let it Snow”, ze spelen al in mijn hoofd. Komende donderdag ben ik Kerstman op de school van mijn dochter, dus een beetje sneeuw erbij zou het wel leuker maken.
Mijn professionele kant laat echter ook van zich horen. Als hulpverlener bij de nachtopvang voor dak- en thuislozen, zie ik ook de keerzijde van de medaille. Mensen, die verdrongen zijn naar de straten, die niets of weinig meer hebben, lopen door de koude stad. De opvang biedt plaats aan 42 mensen, in tijden van kou wordt er wel een winteropvang opgezet. Maar niet iedereen kan of wil daar gebruik van maken.
Als het kouder wordt, kan je je erop kleden. Maar wat heb je aan warme kleding als je lichamelijke weerstand laag is. Een extra trui, een deken om onder te schuilen, dat kunnen we wel aanbieden … maar is dat genoeg??
Het is een vreemde wereld waar we in leven, en hoewel ik vrolijk wordt van de gedachte van een witte Kerst, de harde realiteit zet me weer met twee benen op de grond.





